088 20 314 56

Cijfers over CSE (OPS)

Sinds de start van de regeling CSE in maart 2020 heeft het OPS-Loket 509 aanvragen in behandeling genomen. Tot en met 31 december 2021 hebben 341 aanvragers de tegemoetkoming ontvangen. Mensen met de schildersziekte zijn langdurig aan organische oplosmiddelen blootgesteld. Het OPS-Loket heeft onderzocht in welke sectoren en beroepen zij hebben gewerkt. De figuren hieronder zijn gebaseerd 358 personen die verklaard hebben in totaal 1347 dienstverbanden zeker aan oplosmiddelen te zijn blootgesteld. De CBS/SBI-74 indeling in bedrijfsklassen is als standaard gebruikt.

Sectoren met blootstelling aan oplosmiddelen
De Bouw- en Installatiebranche is veruit de belangrijkste sector waarin mensen met CSE aan oplosmiddelen zijn blootgesteld. Bijna tweederde van de groep verklaart in deze sector met oplosmiddelen te hebben gewerkt.  

Blootstelling aan oplosmiddelen naar sector

Beroepen met blootstelling aan oplosmiddelen
Zoals verwacht is schilder het belangrijkste beroep waarin langdurig met oplosmiddelen is gewerkt (760=67%). Opvallend is de groep autospuiters (170) en automonteurs (21), totaal 17%.

Blootstelling aan oplosmiddelen naar beroep


Read more

Ervaringen van OPS-patiënten

Veel OPS-patiënten hebben langs juridische weg geprobeerd om de schade van hun ziekte te verhalen op een of meer ex-werkgevers. In veel gevallen eindigde een rechtszaak in een financieel drama. In bijna alle gevallen zijn het inkomen en het pensioen sterk gedaald. Dankzij de ‘Regeling Tegemoetkoming Werknemers met CSE’ staan OPS-patiënten niet langer met lege handen. Voor mensen als Piet Kooitje en Hennie Heutink is de tijd gekomen om een gitzwart hoofdstuk in hun leven af te sluiten.

Jan Stroo (73) uit Nisse (Zeeland) moet even diep nadenken over de vraag wanneer hij is gestopt met werken. ‘Twaalf jaar geleden’, souffleert zijn echtgenote. Het overkomt hem wel vaker, dat hij het even niet meer weet. ‘Dan heb ik alle boodschappen keurig op een lijstje geschreven. Eenmaal in de winkel ben ik vergeten dat ik het lijstje in mijn broekzak heb gestopt.’

Stroo heeft CSE, in de volksmond bekend als OPS, ook wel de schildersziekte. Stroo liep de ziekte op door de jarenlange blootstelling aan oplosmiddelen. Zijn loopbaan voerde hem langs verschillende schildersbedrijven en een scheepswerf. Daar werkte hij niet alleen met synthetische verf, maar ook met wasbenzine, thinner, primers, antifouling en loodmenie. ‘Bovendien was ik in de bedrijven vaak degene die het beste op kleur kon mengen. Ook de kleuren die heel moeilijk na te maken waren. Dat deed ik gewoon met het handje, zonder enige bescherming.’

De klachten beginnen rond 1985, als Stroo dan zo’n twintig jaar schilder is. Zijn vrouw merkt op dat hij vergeetachtig wordt. Hij verliest zijn reuk en smaak. Soms kan hij ook wat ‘kort aan de kar’ zijn. ‘De deur bij de dokter loop ik niet plat, maar op aandringen van mijn vrouw ben ik toch gegaan. De arts stuurde me naar huis met een paracetamolletje. Niet zo gek, want in die tijd had niemand nog van CSE gehoord.’

Hoe hij nu zeker weet dat het om de schildersziekte gaat, heeft hij voor een belangrijk deel te danken aan zijn broer Han, die een verleden heeft als rechercheur. Toen in de media berichten verschenen over de regeling voor werknemers met CSE, bereidde hij de aanvraag bij het OPS-loket voor. De vuistdikke map met documenten over het arbeidsverleden van zijn broer en diens bezoeken aan de huisarts, was meer dan genoeg om de oplosmiddelen als de schuldige aan te wijzen.

Stroo krijgt na zijn pensioen nog een flinke klap te verwerken. In de zomer van 2017 krijgt hij een hartstilstand. Hij ligt een aantal dagen in coma, met hersenletsel tot gevolg. ‘Gelukkig gaat het nu heel goed met me. Mijn geheugen is nog altijd een zeef, maar ik heb mijn reuk en smaak in elk geval weer terug.’ Bovendien wil Stroo van stilzitten niets weten. Zijn vrouw moet hem regelmatig afremmen als hij weer eens als een jonge hond tekeergaat in de tuin. Vijf minuten aan de koffie en hij wil alweer naar buiten. ‘Ik ben altijd iemand geweest die gewoon doorging met zijn werk. Ik probeerde alles zo goed mogelijk te doen en op tijd klaar te zijn. Het tempo van vroeger? Tja, dat zit er bij mij nog altijd in.’

Hennie Heutink

Hennie Heutink (72) uit Enschede werkte zijn hele loopbaan als projectstoffeerder. In 2002 kreeg hij de diagnose OPS. Hij kwam ziek thuis te zitten en moest lang revalideren. Heutink wilde de schade op zijn werkgever verhalen en nam een advocaat in de arm, samen met zijn vrouw. “Met het medisch dossier in de hand zou het niet moeilijk worden, werd ons verteld. We zaten bij een groot advocatenkantoor. De baas kwam geregeld op tv.

Maar die man zagen we eigenlijk nooit. Wij kregen een advocaat in opleiding. Niet dat het daardoor goedkoper werd. Een simpel belletje kostte 35 euro. Om de juridische kosten te betalen, verhoogden we onze hypotheek. Door een verandering van bedrijfsverzekering werd het proces nóg moeilijker, omdat via de rechter weer andere onderzoeken werden gevraagd. Mijn vrouw zei vaak: stop er toch mee. Alles bij elkaar heeft het vier jaar geduurd. De zaak hebben we verloren. Dat was een grote teleurstelling. Omdat het vrij kansloos was, voelen we ons achteraf erg in de maling genomen.” Heutink vindt het mooi dat er nu een regeling voor OPS-patiënten is. Dankzij de tegemoetkoming hoeven lotgenoten niet dezelfde juridische lijdensweg te ondergaan. “Het is goed dat het geld er komt, maar we verdienen er niets op. Als je de proceskosten van de tegemoetkoming aftrekt, spelen we min of meer quitte. Of er via de bemiddeling een hoger schadebedrag in zit? Dat lijkt me niet. Het bedrijf waar ik werkte, is overgenomen door een Amerikaanse firma. Ik denk dat er weinig meer te halen valt.” Tijdens zijn werk verlijmde Heutink grote oppervakken. “Je zat met je gezicht recht boven de oplosmiddelen”, zegt hij. “Geregeld kwam ik zwalkend thuis, alsof ik eerst langs het café was geweest. Mensen dachten soms echt dat ik dronken was. Vandaag de dag probeer ik door veel te sporten op de been te blijven, maar dat is niet gemakkelijk. Ik heb veel pijn en ben vaak stijf. Ik heb daarnaast veel last van oorsuizen en regelmatig pijn op de borst. Ik ben al een paar keer weggevallen zonder duidelijke oorzaak. De klachten heb ik geaccepteerd. Anders kun je toch niet verder leven?”

Piet Kooitje

Piet Kooitje (69) was verfmaker. Toen hij 25 jaar bij zijn werkgever in dienst was, vroeg de leiding wat hij wilde. Een feestje, of iets anders. Maar Kooitje had al lange tijd klachten: spierpijn, hoofdpijn, darmbloedingen zelfs. Hij was vaak ziek, hervatte het werk meerdere keren, maar werd steeds zieker. “Dus had ik besloten om naar het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten te gaan. Ik zei: wacht maar even met dat feestje.

Eerst wil ik weten wat er met mij aan de hand is. Tja, dat was het begin van het einde. Toen ik dat vertelde, sloeg het helemaal om.” In 2002 werd bij Kooitje OPS geconstateerd. Een lange juridische weg volgde, waarbij hij hulp kreeg van de FNV. Hij won de zaak tegen zijn ex-werkgever voor de kantonrechter, maar kreeg in hoger beroep nul op het rekest. “Ik kan er wel een boek over schrijven wat er tijdens zo’n rechtszaak over je heen komt. Er werd van alles bij gezocht. Alsof het niet van de verf kwam dat ik nierstenen had die knalrood waren van de loodmenie. Uit een scan bleek dat mijn hersenen aangetast zijn. En ook daar had de verdediging een mooi verhaal voor klaar. Er werden deskundigen aangevoerd die totaal geen verstand hadden van OPS. En al die tijd, zo’n twaalf jaar, heb ik niet één keer mijn zegje mogen doen. Op een gegeven moment vroeg de rechter: zijn jullie er nou samen nóg niet uit? Hij werd er doodmoe van. Net als ik.” Voor Kooitje liep de rechtszaak uit op een deceptie. “Maar het is wel mooi dat er nu een regeling is. Niet alleen voor mij, maar ook voor alle andere patiënten. Mensen die tot nu toe niks gekregen hebben. De bemiddeling voor een hoger schadebedrag is een poging waard. Het is te hopen dat daar nog iets uit komt. Ik moet ook Janke van Midlum van Stichting OPS een pluim geven. Zij heeft zich voor de regeling hard gemaakt. Het is gelukt, al heeft het veel te lang geduurd. Jaren geleden is er een begin mee gemaakt. Toen zat ik met andere leden van de vereniging en enkele Kamerleden in Nieuwspoort. Wanneer was dat, 2003? Dat is toch echt een eeuwigheid geleden.”

Read more

Brede steun voor regeling en OPS-loket

Met de ondertekening van het ‘Convenant OPS-slachtoffers’ heeft een groot aantal partijen zich achter de regeling voor patiënten geschaard. De partijen spreken ook hun vertrouwen uit in het OPS-loket, dat de regeling volgens de gemaakte afspraken uitvoert.

De afspraken in het convenant zorgen ervoor dat de ‘Regeling Tegemoetkoming Werknemers met CSE’ op een snelle en constructieve wijze wordt uitgevoerd. Het convenant werd op vrijdag 21 februari ondertekend in Den Haag. De ondertekenaars zijn alle partijen die betrokken zijn bij de OPS-problematiek, zoals Stichting OPS, Vakbond FNV, VNO-NCW en het Verbond van Verzekeraars.

Tijdens de ondertekening zijn er bloemen en applaus voor Janke van Midlum. Met haar stichting ijvert ze al vijftien jaar voor compensatie voor mensen met CSE, beter bekend als OPS. Haar man was offsetdrukker, werkte veelvuldig met oplosmiddelen en kreeg de diagnose in 1994. “Het is de kroon op ons werk, al heeft het lang geduurd”, zegt ze. “Maar we kijken vooral naar het resultaat.” Ook FNV-voorzitter Han Busker toont zich tevreden met het convenant en de regeling in het bijzonder. “We zijn er nog niet, blootstelling aan oplosmiddelen vindt nog altijd plaats. Maar deze regeling is heel goed voor de mensen met OPS. Daarbij blijkt hoe belangrijk het is om beroepsziekten te voorkomen.”

Logische keuze

Het Instituut Asbestslachtoffers (IAS) is door staatssecretaris Van Ark van Sociale Zaken gevraagd om mede uitvoering aan de regeling te geven. Een logische keuze, vindt Aleid Wolfsen, voorzitter van de Raad van Toezicht en Advies. “Het IAS functioneert heel goed. Iedereen is tevreden over de dienstverlening. De methode werkt goed voor asbestslachtoffers. Wij vinden die ook voor OPS-patiëntenzeer geschikt.” Richard Weurding, algemeen directeur van het Verbond van Verzekeraars, sluit zich daarbij aan. “Het proces van schadevergoeding duurt vaak lang. Mensen met OPS maken veel ellende mee. Het proces kunnen we nu goed kanaliseren. Het Instituut Asbestslachtoffers heeft zich bewezen als een professioneel en goed functionerend apparaat om slachtoffers te helpen.”

OPS-patiëntenkunnenzich vanaf 1 maart melden bij het OPS-loket, de nieuwe afdeling van het IAS. Dit toetst of de aanvraag voor een tegemoetkoming voldoet aan de criteria van de regeling. Daarnaast kan het OPS-loket bemiddelen voor een volledige schadevergoeding. Hierbij moet volgens de convenantspartijen nauwkeurig onderzoek worden gedaan naar de omstandigheden waaronder de blootstelling aan oplosmiddelen heeft plaatsgevonden. “Dat is heel belangrijk”, zegt Hans de Boer, voorzitter van VNO-NCW. “Bij onze vereniging is een grote variëteit aan bedrijven aangesloten en er zijn talloze omstandigheden waaronder mensen hun werk doen. Bij een ziekte is het de vraag in hoeverre deze door het werk is ontstaan. Duidelijkheid hierover is cruciaal. Met dit convenant komt die helderheid er. Dat is voor alle partijen een goede zaak.”

Met de regeling en bemiddeling is het voor mensen met OPS niet meer nodig om individueel te procederen, al bestaat die mogelijkheid wel. “Maar de praktijk leert dat een procedure heel tijdrovend en kostbaar is”, zegt Wolfsen. “Ik geloof dat de regeling en de bemiddeling voor alle partijen uiteindelijk de beste, snelste en goedkoopste oplossing is.”

Naast de genoemde organisaties hebben het CNV, de Vakcentrale voor Professionals, MKB Nederland, LTO-Nederland, Zelfstandige Publieke Werkgevers en Kabinetssectoren het ‘Convenant OPS-slachtoffers’ ondertekend.

Read more

PERSBERICHT “Eindelijk erkenning”: ruim 500 werknemers met ‘schildersziekte’ OPS kunnen per 1 maart beroep doen op financiële tegemoetkoming.

“Eindelijk erkenning”: ruim 500 werknemers met ‘schildersziekte’ OPS kunnen per 1 maart beroep doen op financiële tegemoetkoming.

Werknemers die als gevolg van hun werk het Organo Psycho Syndroom (OPS) hebben opgelopen, kunnen een aanvraag doen voor een eenmalige financiële tegemoetkoming. Vanaf 1 maart gaat de regeling tegemoetkoming werknemers met CSE van start,

Door blootstelling aan oplosmiddelen kunnen beschadigingen aan het centraal zenuwstelsel optreden. Deze vorm van Niet Aangeboren Hersenletsel (NAH) wordt in de volksmond ‘schildersziekte’ genoemd, de medische term is organo psycho syndroom (OPS) of chronische toxische encephalopatie veroorzaak door oplosmiddelen (CTE/CSE). Deze aandoening komt vooral voor bij werknemers die in het verleden langdurig zijn blootgesteld tijdens de uitvering van hun werkzaamheden aan oplosmiddelen.

Vanaf 2000 gelden er voor een aantal sectoren vervangingsverplichtingen waarbij men niet meer mag werken met oplosmiddelrijke producten. Men moet sindsdien gebruik maken van oplosmiddelarme of oplosmiddelvrije producten. Ook dan zijn goede voorzorgsmaatregelen van belang.

Uitzonderlijke regeling

Het feit dat de overheid voor deze unieke groep een financiële regeling opstelt is uitzonderlijk. De overheid heeft hier immers geen werkgeversaansprakelijkheid. De Stichting OPS heeft ruim 15 jaar geijverd voor een regeling zoals die geldt voor slachtoffers van asbest. Echter werkgevers en verzekeraars hebben altijd de boot afgehouden. Reden om de overheid dringend te verzoeken met een oplossing voor deze groep patiënten te komen. Het aansprakelijk stellen van de werkgever is zeer moeilijk en veelal bestaan de werkgevers niet meer, daarnaast zijn de procedures zeer kostbaar en duren vele jaren. Het verhalen van de schade is dan ook voor vele slachtoffers een heilloze weg gebleken.

De Stichting OPS is blij en opgelucht dat een oplossing is gekomen in de vorm van een financiële genoegdoening. Er zitten vele schrijnende gevallen onder de OPS-patiënten en het feit dat men lange tijd geen oog en oor had hiervoor, heeft veel onbegrip en verdriet veroorzaakt. “Eindelijk erkenning”, aldus Janke van Midlum, directeur van de Stichting OPS.

Op basis van de uitvoeringstoets door de Sociale Verzekeringsbank (SVB) gaat de regeling gelden voor circa 540 slachtoffers met een officiële CSE-diagnose, die tijdens de blootstelling in Nederlandse loondienst waren en eerder geen of een lagere vergoeding hebben ontvangen dan de vastgestelde tegemoetkoming. De hoogte van de maximale vergoeding is met € 21.269,= gelijk aan die voor asbestslachtoffers. OPS-slachtoffers zijn namelijk in ernst van de gezondheidsschade, financiële schade en mate van arbeidsongeschiktheid vergelijkbaar met asbestslachtoffers.

De regeling wordt uitgevoerd door de SVB in samenwerking met het Instituut Asbestslachtoffers dat hiervoor het OPS-loket heeft ingericht. Werknemers met een brief waarin de diagnose wordt gesteld, kunnen zich aanmelden bij www.ops-loket.nl. Op deze website staat verdere voorwaarden om in aanmerking te komen voor de tegemoetkoming vermeld. Daarnaast worden er in samenwerking met de Stichting OPS in maart een zestal voorlichtingsbijeenkomsten georganiseerd.

—————————————————————————————————————————

Noot voor de redactie:

Inl.: J van Midlum (Stichting OPS), tel: 0519-589785 of 06-15882121

Website: www.stichtingops.nl

Er worden een zestal regionale voorlichtingsbijeenkomsten gehouden, t.w. 7 maart Drachten, 14 maart Oostzaan, 21 maart Eindhoven en Houten, 28 maart Dordrecht en Apeldoorn.

Read more